Het begrip afkoppelen is inmiddels algemeen bekend bij gemeenten. Bij de burgers veel minder.
Afkoppelen is het scheiden van twee waterstromen: 'schoon' hemelwater en 'vuil' afvalwater. In de meeste gemeenten ligt nu nog een gemengd rioolstelsel in de straat. Daar komt zowel hemelwater als afvalwater in terecht. Door deze buis wordt het water meteen afgevoerd naar de rioolwaterzuiveringsinstallatie (RWZI).
Koppelen we af, dan zijn er een aantal mogelijkheden: 1. Het water wordt op eigen terrein in de bodem gebracht of gebruikt; 2. Er wordt een tweede rioolbuis aangelegd in de straat. Er is dan sprake van een gescheiden rioolstelsel; 3. Het water stroomt via de rijbaan (aan de oppervlakte) af naar een goot en vervolgens naar bijvoorbeeld aan wadi of infiltratiesloot.
Het afkoppelen is door verschillende beleidsontwikkelingen actueel geworden. Een aantal nota's worden hier genoemd.
Het begrip afkoppelen komt voort uit de meer integrale benadering van het waterbeheer, allerlei functies van water worden met deze benadering met elkaar verbonden. Het begrip integraal waterbeheer werd in de Derde Nota Waterhuishouding centraal gesteld. In de Vierde Nota Waterhuishouding (NW4) werd hierop doorgegaan, thema's als verdroging en het stedelijk water zijn echte integrale thema's die aandacht kregen in deze nota. In de NW4 werd een expliciete doelstelling opgenomen waarin het begrip afkoppelen werd genoemd: in bestaand gebied moet 20% afgekoppeld worden, in nieuw te bebouwen gebied 60%. NW4 loopt tot 2006, de genoemde doelstellingen zouden dus in 2006 gehaald moeten zijn.