Gebruik van regenwater of opvang op het perceel komt nog weinig voor in Nederland. Alle aandacht gaat uit naar het gescheiden houden van het regenwater en het vuile water. Dit leidt tot investeringen in gescheiden systemen en berging in de wijk. Het up stream opvangen en benutten kan de belasting van de systemen in de openbare ruime verminderen. De gemeente heeft met de veranderingen in de waterwetten, via de Wet gemeentelijke watertaken, veel meer ruimte gekregen om beleid te ontwikkelen op het gebied van regenwater. De ontdoener kan nu ook gehouden worden aan zijn eigen verantwoordelijkheid. Een overzicht vindt u onder InleidingWettelijk Kader.
Nieuwe verordeningsbevoegdheid gemeenten en de veranderde zorgplicht Vanaf 1 januari 2008 heeft de gemeente nieuwe verordeningsbevoegdheid ten aanzien van de afvoer van hemelwater. Tot deze tijd was het vanzelfsprekend dat gemeenten zorgden voor de afvoer van hemelwater van de terreinen van bedrijven en particulieren.
Voor bedrijven (inrichtingen) is een wijziging in het Activiteitenbesluit opgetreden (artikel 3.3). Voor huishoudens is het Besluit lozing afvalwater huishoudens van toepassing. Beide groepen kunnen nu worden verplicht regenwater af te koppelen van het vuilwaterriool. Hierbij kan de gemeente gebruik maken van een verordening (Wm art 10.32a) of van een individueel maatwerkvoorschrift.
De gemeentelijke zorgplicht (art 10.33 Wmb) voor de inzameling en transport van afvalwater is veranderd via de Wet gemeentelijke watertaken. Hiermee is de onvoorwaardelijke plicht om al het aangeboden water, waar de ontdoener vanaf wil, te accepteren, vervallen.
De watertoets De watertoets is inmiddels een verplicht instrument voor elk bouwplan. Hierin wordt in overleg met gemeente en waterschap afgesproken op welke wijze het regenwater van de te realiseren bebouwing en bijbehorende verharding wordt opgevangen, gebufferd en afgevoerd. De watertoets is het hele proces van vroegtijdig informeren, adviseren, afwegen en uiteindelijk beoordelen van de waterhuishoudkundige aspecten in ruimtelijke plannen en besluiten van zowel Rijk, provincies als gemeenten. De watertoets is wettelijk verankerd in het Besluit op de Ruimtelijke Ordening (BRO). Dit besluit verplicht tot het opnemen van een "beschrijving van de wijze waarop rekening is gehouden met de gevolgen van het bouwplan voor de waterhuishouding ter plaatse". Ook bij de vrijstelling op grond van artikel 19 lid 1 WRO is de watertoets van toepassing.
Kijkt u voor informatie over de watertoets in uw omgeving op de website van het waterschap bij u in de buurt.
Er is ten gevolge van deze watertoets steeds meer aandacht voor perceelsgebonden opvang van regenwater afkomstig van daken en/of parkeerterreinen. Dit mag lang niet altijd, zoals voorheen, op de riolering worden geloosd. Soms wordt gekozen voor een gescheiden rioleringssysteem, maar dit is duur in aanleg.
Als gebruik van regenwater geen optie is, kan waterberging een oplossing vormen. Er wordt vooral voor waterberging gekozen in gebieden met slecht doorlatende bodem, zoals in het westen van ons land. Infiltratie is hier namelijk niet goed mogelijk, zodat gekozen wordt voor het creeren van opslagruimte voor regenwater. Als gebruik gemaakt wordt van oppervlaktewater (vijvers, sloten) betekent dit een beslag op vaak kostbare ruimte. Vandaar dat behalve 'bovengrondse' berging ook ondergrondse berging vaker wordt toegepast. Voor meer technische informatie over gebruik, infiltratie en berging van regenwater. Kijkt u ook bij 'bedrijven' en/of 'particulieren' op deze website.
Lozing op oppervlaktewater Als oppervlaktewater op het terrein aanwezig is (vijver of sloot) is lozing hierop een mogelijkheid. Voor hemelwaterlozingen op oppervlaktewater is geen Wvo-vergunning meer nodig. Wel dient de kwaliteit van het regenwater in de gaten te worden gehouden met het oog op uitlogend dak- of gootmateriaal of vogelpoep. Ook olieresten (parkeerplaatsen, autowassen) in naar oppervlaktewater af te voeren hemelwater zijn een punt van aandacht.
Wetgeving Belgie en Duitsland In België en Duitsland wordt subsidie verleend als particulieren en bedrijven maatregelen treffen voor gebruik of infiltratie van hemelwater. Tezamen met een vermindering van de rioolheffing (minder water op de riolering) kan dit een krachtig instrument zijn om mensen ertoe te bewegen maatregelen te treffen.